phone icon-phone-24 arrow linkedin facebook twitter close mail print checkmark

Reglement voor de begraafplaats Sint Janshof, mei 2020

Inhoudsopgave

  1. Algemene bepalingen Art. 1
  2. De begraafplaats  Art. 2 - 6
  3. Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven Art. 7 - 10
  4. Vereisten voor begraving of bijzetting Art. 11 – 13
  5. Tarieven Art. 14
  6. Verlenging en overgang grafrechten Art. 15 - 16
  7. Wijziging van het graf, opgraving en ruiming  Art. 17 - 18
  8. Gedenktekens en grafbeplantingen  Art. 19 - 20
  9. Einde van de grafrechten Art. 21
  10. Overgangs- en slotbepalingen Art. 22 - 26

 

1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. stichting: exploitant van Algemene Begraafplaats Sint Janshof te Pijnacker-Nootdorp;

b. begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het bijzetten van asbussen of het verstrooien van overledenen. Gelegen aan de Oudeweg 61 te Nootdorp;

c. beheerder: degene die door de Stichting, zijnde de exploitant, is belast met de uitvoering van het dagelijks beheer;

d. algemeen graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van twee overledenen, die geen verwanten van elkaar behoeven te zijn en waarvan het grafrecht voor de duur van 10 jaar is verleend aan gebruikers volgens de voorwaarden van dit reglement.

e. particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarin aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven van maximaal twee overledenen en het bijzetten van maximaal twee asbussen en het doen verstrooien van as;

f. particulier-urnengraf: een eigen particulier graf waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen bijzetten van één of meer asbussen (maximaal 3);

g. gebruiker: de meerderjarige persoon aan wie een recht op een algemeen graf is verleend;

h. rechthebbende: de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een particulier graf of particulier-urnengraf is verleend;

i. grafrecht:

- het recht van gebruik van een ruimte in een algemeen graf, hetzij

- het uitsluitend recht op een particulier graf of particulier urnengraf.

j. grafakte: de overeenkomst waarin overeenkomstig de bepalingen van dit reglement door of namens de Stichting een grafrecht wordt verleend.

k. asbus / sierurn: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene;

l. urnennis: een nis, waarvoor het recht kan worden verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of sierurnen;

m. verstrooiveld: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid.

 

2. De begraafplaats

Artikel 2

 

  1. De exploitatie van de begraafplaats berust bij de Stichting.
  2. Onder toezicht van de Stichting worden één of meer daartoe door haar aangewezen personen belast met:
    a. het beheer van de begraafplaats;
    b. de administratie van de begraafplaats;
    c. het onderhoud van de begraafplaats en van de afzonderlijke graven;
    d. het delven of openen en sluiten van de graven.
  3. Bij het heersen van besmettelijke ziekten worden op de begraafplaats in acht genomen de voorschriften door het daartoe bevoegde gezag in het belang van de openbare orde of gezondheid gegeven.

Artikel 3

  1. De Stichting is verantwoordelijk voor de administratie van de begraafplaats.
  2. De administratie bevat een register van alle op de begraafplaats begraven overledenen en een register van bijgezette asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven onderscheidenlijk bijgezet zijn. Deze registers zijn openbaar en worden op verzoek, tegen betaling der daarvoor verschuldigde rechten, ter inzage gegeven.
  3. De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebruikers van de graven, met hun namen en adressen en aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet openbaar.
  4. De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan de Stichting door te geven.
  5. Van de in het tweede lid bedoelde registers kan een ieder, doch van het in het derde lid bedoelde register alleen rechthebbenden en gebruikers of hun rechtsopvolgers, tegen betaling der daarvoor verschuldigde rechten een extract verkrijgen.

Artikel 4

Van de begraafplaats berust bij de administratie een plattegrond, waarop de graven genummerd zijn aangeduid. Deze nummering stemt overeen met de op het terrein, door middel van nummerpaaltjes, aangegeven ligging.

Artikel 5

  1. De begraafplaats is voor bezoekers op alle dagen van de week geopend van zonsopgang tot zonsondergang. Dit staat ook aangegeven op een bord bij de hoofdingang van de begraafplaats.
  2. In verband met werkzaamheden op de begraafplaats kan de beheerder bezoekers de toegang tot (een deel van) de begraafplaats tijdelijk ontzeggen.
  3. Bezoekers dienen zich ordentelijk te gedragen en zo nodig de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
  4. Het is bezoekers niet toegestaan zich op de begraafplaats te bevinden met motoren, (brom-) fietsen en auto’s. Ook het meevoeren van honden of andere dieren is niet toegestaan. Bezoekers worden verzocht luidruchtigheid te vermijden.
  5. Het boekjaar van de Stichting loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 6

  1. Het begraven van overledenen geschiedt tussen 08.30 en 16.30 uur.
  2. Het tijdstip van begraven wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken rechthebbende of gebruiker, vastgesteld.

 

3.  Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

Artikel 7

  1. Graven worden uitgegeven aansluitend op de reeds uitgegeven graven.
  2. Een afzonderlijk deel van de begraafplaats is bestemd voor het begraven van de overledenen van kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar.
  3. De Stichting behoudt zich het recht voor de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in graven en urnengraven vast te stellen en te wijzigen.
  4. De Stichting kan voor verschillende typen graven en urnengraven, ook van dezelfde categorie, mede afhankelijk van de locatie verschillende tarieven vaststellen.

Artikel 8

 

  1. De begraafplaats biedt gelegenheid tot het begraven van overledenen in:
    a. algemene graven en
    b. particuliere graven.
  2. Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaren. Deze termijn kan niet worden verlengd. Een overledene kan echter na afloop van   de termijn op verzoek van de gebruiker of andere belanghebbende(n) in een nieuw algemeen of particulier graf op grond  van dit reglement worden herbegraven.
  3. Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van twintig of dertig jaren of voor onbepaalde tijd. De aflopende termijn van bestaande particuliere graven kan telkens worden verlengd met tien, twintig of dertig jaren op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek binnen één jaar    voor het verstrijken van de termijn is gedaan. De verlenging kan dan door de Stichting niet worden geweigerd.
  4. De termijnen waarvoor de graven zijn uitgegeven, ook die voor onbepaalde tijd, lopen af op het moment dat de begraafplaats ophoudt te bestaan. De Stichting neemt in een dergelijk geval ruim voor dit moment contact op met de rechthebbende van de graven voor overleg.
  5. Het recht op een particulier graf geeft de rechthebbende het uitsluitend recht daarin te doen begraven.
  6. Het in het vierde lid, bedoelde grafrecht wordt schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte. Rechthebbenden en gebruikers of hun rechtsopvolgers kunnen, tegen betaling der daarvoor verschuldigde rechten, een duplicaat-akte verkrijgen.

Artikel 9

  1. Een asbus kan worden bijgezet in een particulier graf; de bepalingen van dit reglement betreffende particuliere graven en betreffende het begraven van overledenen zijn van overeenkomstige toepassing.
  2. Een asbus kan niet worden bijgezet in een algemeen graf.
  3. Een asbus kan, behalve in een particulier graf, worden bijgezet in een particulier-urnengraf. De bepalingen in dit reglement betreffende algemene graven en betreffende het begraven van overledenen zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat particuliere urnen graven in afwijking van het bepaalde in het tweede lid van artikel 8 voor de eerste keer worden uitgegeven voor een termijn van ten minste 20 jaren. Verlenging is mogelijk voor een termijn van tien, twintig of dertig jaren.
  4. Op de graven kunnen geen asbussen worden bijgezet.

Artikel 10

 

  1. Algemene graven zijn zandgraven.
    Particuliere graven zijn zandgraven of grafkelders.
    Particuliere urnengraven zijn speciaal voor het bijzetten van asbussen
  2. Particuliere graven hebben ook 2 lagen.
    Particuliere graven voor onbepaalde tijd hebben 1 laag
    Particuliere urnengraven kunnen maximaal 3 asbussen worden bijgezet.
    Een kindergraf heeft 1 laag.
    Algemene graven hebben 2 lagen.

4. Vereisten voor begraving of bijzetting

Artikel 11

  1. Degene die een overledene wil doen begraven of een asbus wil doen bijzetten, of zijn gemachtigde, geeft daarvan uiterlijk op de ochtend van de tweede dag voorafgaande aan de dag waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden, kennis aan de beheerder. Daarbij wordt aangegeven ten aanzien van welke van de in artikel 8, 9 en 10 bedoelde typen graven men een grafrecht wil vestigen, onder gelijktijdige voldoening van de daarvoor verschuldigde rechten.
  2. Indien de Burgemeester verlof heeft verleend om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
  3. Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraving van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden overlegd.
  4. Indien de overledene binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven dient behalve het in het derde lid bedoelde verlof of document ook het in het tweede lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overlegd.

Artikel 12

  1. Indien de begraving of de bijzetting in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overlegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of, indien deze de overledene is, door degene die in de uitvaart voorziet.
  2. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn tot ten minste 10 jaar na deze begraving of bijzetting.
  3. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de in artikel 16, tweede lid, bedoelde persoon.

Artikel 13

  1. De aanwijzing van de plaats van een particulier graf of particulier-urnengraf geschiedt in overleg met de aanvrager, door de beheerder.
  2. De aanwijzing van een algemeen graf geschiedt door de beheerder.
  3. Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 11 en 12 opgenomen vereisten is voldaan en alleen bij begraving van een overledene, de beheerder de identiteit van de overledene heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat.
  4. Bij het ontbreken van een identiteitssteentje en/of een registratie nummer en het bijbehorende document wordt de overledene door familie geïdentificeerd en zal alsnog door de beheerder voorzien van een vuurvast steentje waarop het kenmerk van de begraafplaats alsmede een registratienummer is aangebracht.
  5. Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken-, kunststoffen-, of uit andere materialen dan hout bestaande (binnen)kist.
  6. Het is verboden om een overledene te begraven met gebruikmaking van een    lijkhoes die niet voldoet aan de voorwaarden van het Lijkomhulselbesluit 1998.
  7. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te voegen die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften.
  8. Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel dient ten minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke verklaring te worden overlegd – volgens door de Stichting vast te stellen model – omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een lijkhoes gebruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens moeten overleggen a) een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het Lijkomhulselbesluit 1998 en b) een bewijs dat de betreffende hoes is aangekocht.

 

5.    Tarieven

Artikel 14

  1. De rechten en kosten voor het vestigen, overdragen of verlengen van een grafrecht op een algemeen graf of een particulier graf, voor bijzetting van een tweede overledene in een bestaand graf, voor het delven of openen en sluiten van een graf, voor het onderhoud van het graf, van opgraving van een overledene, van ruiming van een particulier graf, alsmede de eventuele andere kosten die verband houden met het gebruik van de begraafplaats of             begrafenisplechtigheden, worden jaarlijks vastgesteld door de Stichting en openbaar gemaakt in een tarievenlijst.
  2. Daarbij wordt tevens aangegeven, voor zover zulks niet in dit reglement is geschiedt, wanneer of binnen welke termijn deze rechten voldaan moeten worden.

 

6.   Verlenging en overgang grafrechten

Artikel 15

  1. Wanneer in een bestaand particulier graf een tweede overledene wordt bijgezet, wordt de lopende termijn van het grafrecht zonodig verlengd tot tien jaren, te rekenen van de datum van bijzetting.
  2. In het geval van bijzetting van een asbus in een bestaand particulier graf, wordt de lopende termijn zo nodig verlengd tot 20 jaren, te rekenen van de datum van bijzetting.
  3. De kosten van deze verlenging kan men terugvinden in de tarieflijst. Een eventuele volgende verlenging geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 8, derde lid.

Artikel 16

  1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht.
  2. In geval van overlijden van de rechthebbende van een particulier graf kan deze, voor zover het graf daartoe de ruimte biedt, in het particulier graf worden begraven.
  3. In geval van overlijden van de rechthebbende of de gebruiker dient het grafrecht binnen 12 maanden na het overlijden op naam van een andere persoon of rechtspersoon te worden overgeschreven.
  4. Indien na het overlijden van de rechthebbende of gebruiker de aanvraag tot overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het derde lid genoemde termijn, is de Stichting bevoegd het grafrecht te doen vervallen. Indien de wettelijke termijn van grafrust van 10 jaar na de laatste begraving is verlopen, kan het graf worden geruimd.
  5. Na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn kan het bestuur het grafrecht alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende of gebruiker, tenzij dit recht betrekking heeft op een graf dat inmiddels is geruimd of waarvan de rechten zijn verlopen.
  6. Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor vastgestelde kosten verschuldigd.

 

7.    Wijziging van het graf, opgraving en ruiming

Artikel 17

  1. Overledenen zullen, behalve op gezag van een gerechtelijke autoriteit, niet worden opgegraven dan met verlof van de Burgemeester van de gemeente Pijnacker-Nootdorp en voor zover het particuliere graven betreft niet dan met toestemming van de rechthebbende.
  2. Voor opgraving zijn kosten verschuldigd.

Artikel 18

  1. Graven worden niet eerder geruimd dan na afloop van tien jaren na het begraven of bijzetten van de laatste overledene.
  2. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid worden particuliere graven niet eerder geruimd dan met toestemming van de rechthebbende dan wel wanneer het recht op de voet van het bepaalde in artikel 21 is vervallen.
  3. Ruiming van een graf gebeurt nadat de rechten daarvan meer dan drie maanden vervallen zijn.
  4. Bij ruiming van een graf worden de stoffelijke resten begraven in een verzamelgraf.
  5. Ruiming van een asbus na het vervallen van het recht geschiedt door het overhandigen van de as aan de belanghebbende of door verstrooiing van de as.

 

8.    Gedenktekens en grafbeplantingen

Artikel 19

  1. Het plaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens, alsmede het aanbrengen van heesters of andere beplantingen op graven geschiedt niet dan met vergunning van de Stichting. Voor het aanvragen van de vergunning worden op verzoek door de Stichting formulieren verstrekt.
  2. Voor het recht tot plaatsen of aanbrengen worden kosten in rekening gebracht.
  3. Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen op graven  geschiedt door de rechthebbende of gebruiker.
  4. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen op graven komen voor rekening van de rechthebbende of             gebruiker. Er mogen geen voorwerpen van glas en andere breekbare materialen op het graf worden geplaatst.
  5. Vanwege de Stichting wordt voor het verplicht onderhoud van de afrasteringen en/of ommuringen, het gebouw, de paden, de groenvoorziening en       beplantingen zorg gedragen tegen het door of vanwege haar vast te stellen tarief. Tot het onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden       aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk nabij de graven. Het reinigen van het monument en het stellen van graven binnen het onderhoudsplan van de begraafplaats gebeurt 1x per jaar.
  6. Het onderhoud dient te worden afgekocht vóór bijzetting van een overledene.

Artikel 20

  1.  De in artikel 19 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht.
  2. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast en ander van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, is voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.
  3. De rechthebbende of gebruiker is verplicht de – door welke omstandigheden ook – daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van de Stichting het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.
  4. Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is de Stichting bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen over te gaan, waarbij geldt   dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van de Stichting tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende of gebruiker over te gaan.
  5. Dit artikel is mede van toepassing op vanwege de Stichting voor rekening van de rechthebbende of gebruiker aangebrachte gedenktekens of beplantingen.

 

9.    Einde van de grafrechten

Artikel 21

  1. De grafrechten vervallen:
    a) door het verlopen van de termijn;
    b) indien de betaling van een verlenging van het grafrecht niet binnen drie maanden na aanvang van de termijn is geschied;
    c) indien de rechthebbende of gebruiker – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van dit reglement op hem rustende verplichting na te komen;
    d) indien de rechthebbende of de gebruiker van een graf is overleden en binnen twaalf maanden nadien door de nabestaanden geen aanwijzing van een opvolger heeft plaatsgevonden;
    e) indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het recht;
    f) op het moment dat de begraafplaats ophoudt te bestaan.
  2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c,d, en e, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht.
  3. De eventueel op het graf aanwezige grafmonumenten, beplanting of andere voorwerpen moeten voor het vervallen van een grafrecht door de zorg van de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Indien deze hierin            nalatig blijven, geschiedt het verwijderen door of namens de Stichting, voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.

 

10.  Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22

Door vestiging van een grafrecht onderwerpen een rechthebbende of gebruiker en hun rechtsopvolgers zich aan de bepalingen van dit reglement, zoals dit eventueel nader wordt gewijzigd of aangevuld, en verplichten zij zich tot tijdige betaling van de daarop gebaseerde rechten en kosten.

Artikel 23

Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij de Stichting een schriftelijke klacht indienen. De Stichting zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen

Artikel 24

Voor de begraafplaats gelden de bepalingen van de Wet op de Lijkbezorging en aanverwante regelingen. Dit reglement wordt geacht daarmee niet strijdig te zijn. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Stichting.

Artikel 25

Een exemplaar van dit reglement is tegen betaling van de verschuldigde rechten verkrijgbaar bij de beheerder en ligt voor belanghebbenden kosteloos ter inzage.

Artikel 26

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of indien verschil van mening bestaat over de uitleg van haar bepalingen, beslist de Stichting.

Aldus vastgesteld door de Stichting Algemene Begraafplaats Sint Janshof d.d. 18 mei 2020, onder de bepaling dat dit reglement in werking treedt op de dag nadat de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde “Regels voor de graven, asbezorging en gedenkplaatsen op de algemene begraafplaats Sint-Janshof 2020” in het elektronisch gemeenteblad gepubliceerd zijn.

 

Stichting                        

Mevrouw I.M.M. Jense                                         

 

Beheerder

De heer F.P. Franse